Moed

Moed Toen ik zwanger was van Sterre en nare voorgevoelens over haar geboorte als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd hingen, vroeg het leven mij om dapper te zijn en moed te tonen.
Toen Sterre ter wereld kwam en even later werd gereanimeerd, vroeg het leven mij hetzelfde.
Toen de neuroloog zei: “Ga niet met Sterre naar de kliniek voor spastische kinderen in Oekraïne, je kunt net zo goed een andere vakantiebestemming kiezen”, gingen wij tóch (met prachtige resultaten); het leven vroeg ons opnieuw om dapper en moedig te zijn.

Zo kan ik nog wel honderd voorbeelden noemen, uit de afgelopen tien jaar.

Steeds wordt van mij, van ons, gevraagd om zo dicht mogelijk bij onszelf te blijven. Om onze eigen koers te varen; soms tegen de stroom in, soms met de stroom mee.
Af en toe vermoeit het me dat de ‘strijd’ nog niet ten einde is.
Tegelijk komen er zoveel ‘beloningen’ op ons pad, in allerlei vormen en maten. Bevestigingen dat wij het juiste doen; heerlijk!

Op dit moment regel ik een nieuwe therapie voor Sterre, waar ik bijna twee jaar research naar heb gedaan. Elk (nood)lot is een leerproces dat je constructief of destructief kunt oppakken, las ik laatst in het prachtige boek ‘Christina’, over Christina von Dreien. Voorlopig blijf ik dapper. Gelukkig heb ik moed.

Wat je zegt

Wat je zegt

…ben je zelf. Het lijkt slechts een kinderlijk ‘grapje’, maar o wat kunnen woorden ons beïnvloeden. Ons lichaam bestaat voor een groot deel uit water en de Japanse onderzoeker Emoto publiceerde prachtige boeken over het beïnvloeden van water met behulp van uitspraken en gedachten. Op de foto hierboven zie je een kristal dat ontstond uit water waar de boodschap ‘compassie’ aan was meegegeven. Waterkristallen waar negatieve woorden op zijn ‘losgelaten’, zien er een stuk minder mooi uit…

Tijdens mijn lezingen gebruik ik vaak het (waargebeurde) verhaal over een oude Indianenstam die, als ze een boom van een bepaalde plek weg wilden hebben, deze ‘kapten met woorden’. Dat wil zeggen: dagelijks gingen ze in een kring om de boom heen staan en schreeuwden ze ertegen. Ze kwamen net zolang terug totdat de boom ‘uit zichzelf’ was omgevallen.
Een prachtig voorbeeld van hoe belangrijk het is om je als levend wezen in alle opzichten te omringen met de juiste ‘voeding’. Met andere mensen die je energie geven, met voedende gedachten, werk, boeken, tv-programma’s, letterlijk eten en drinken en ga zo maar door.

Soms doen mensen onbewust het tegenovergestelde. Zo las ik ooit een interview met een zieke mevrouw die zei: “Niemand kan mij genezen.” Ik begreep wat ze waarschijnlijk bedoelde: ze was bij meerdere artsen geweest en geen van hen kon helpen. Toch schrok ik van haar woorden. Als je werkelijk gelooft dat niemand je kan genezen en je deze boodschap meegeeft aan je energiesysteem, kan het vanzelf waarheid worden… 

Welke (beperkende) overtuigingen heb jij (onbewust) en wat doen deze met jou? Al lukt het niet altijd, ik probeer mezelf zoveel mogelijk te omringen met voedende gedachten. Ik let op wat ik zeg. Want voor ik het weet, wórd ik het. 

Goed

Goed

Soms valt bij het begin van een leven, de dood al meteen met de deur in huis.
Acht jaar geleden las mijn lieve toenmalige collega Renée van de redactie van Girlz! mijn boek Gefeliciteerd, het is een… gehandicapt kindje. Intens leefde ze mee met de traumatische geboorte van Sterre.
Vorige week las ik Renées onlangs uitgebrachte boek Alles komt goed, over haar tweelingdochters die onverwacht op een traumatische wijze stil werden geboren tijdens een vakantie in Spanje. Wat raakte haar boek mij en wat ben ik trots op Renée, die ook nog een prachtige webshop is gestart voor ouders van sterrenkinderen…
Alles komt goed. Maar goed is soms een relatief begrip.
Soms overkomt de liefsten het allerergste.

Prepuber

Prepuber

Een halfjaar geleden begon het. Sterre typte: Jullie mogen niet meer in mijn kamer komen als ik er niet ben. “Eh… oké”, antwoordde ik, nog een beetje verbaasd. “Dan is het maar goed dat ik net de deuren in je kamer heb geschilderd, want nu hoeft dat over tien jaar pas weer”, zei Mark.
Dan woon ik hier al niet meer
, typte Sterre. Ik ga later in Amsterdam wonen. “Eh… oké, was deze keer het enige dat Mark én ik uitbrachten. Ons knuffelmeisje nam ineens wel heel veel afstand…

Sindsdien is het hek van de dam. Uit de spraakcomputer volgden zinnen als: Oma hoeft niet meer aan jou te vertellen wat ik heb gegeten als ik bij haar ben geweest, mama en Als ik uit school kom, stofzuigen we samen wel mijn kamer. Het eerste bleek bij navraag kinderachtig te zijn en het tweede was om te voorkomen dat ik in mijn eentje – helemaal zelf haar kamer stofzuigen, wil Sterre het liefst maar lukt nog niet vanwege haar lichamelijke beperkingen – in haar kamer zou zijn.

Over de schone, opgevouwen was die ik wekelijks in Sterres kledingkast leg, hield ik de afgelopen maanden wijselijk mijn mond. Dat kon ik vast nog even stiekem blijven doen, hoopte ik. ‘Even’ bleek inderdaad het juiste woord. Vanochtend typte Sterre de zin op de bovenstaande foto. En daarna: Ik ben ook al tien dan hoef je niet de baas over mijn kledingkast te zijn mama. Ook aan papa vertellen mama. Eh… oké…
Er is geen ontsnappen meer aan: wij hebben een prepuber in huis.

Lopen?

Lopen?

Vorig jaar, toen Sterre in groep 5 zat, waren Vriendenboekjes een rage. Sterre had er al zo vaak een meegekregen van een klasgenoot, dat ik haar antwoorden op vragen als ‘Wat is jouw lievelingseten, -film en -boek?’ bijna blind kon invullen.
Eén vraag, meestal de laatste, was minder gemakkelijk. ‘Wat is jouw grootste wens?’, zo luidde deze. Andere kinderen gaven materiële antwoorden, zoals ‘Alles van Lego Star Wars krijgen’. Of ik las lieve wensen zoals ‘Dat jij altijd mijn vriendin blijft.’ Sterre typte keer op keer: ‘Lopen’. 

Toen die laatste vraag opnieuw voorbij kwam, hield ik dan ook even mijn adem in. De ‘loopwens’ is altijd weer confronterend. Toevallig waren we buiten, dus Sterre zat niet achter haar spraakcomputer. Wij communiceren dan met een letterkaart: ik heb het alfabet in 5 rijen verdeeld en vraag Sterre of de eerste letter van het woord dat ze wil zeggen in rij 1, 2, 3, 4 of 5 staat. Sterre knikt ‘ja’ bij de juiste rij, ik noem de letters uit die rij op en Sterre knikt weer ‘ja’ bij de juiste letter, waarna we verdergaan met de volgende letter. De fysieke letterkaart hebben we allang niet meer nodig, die zit in onze hoofden; wij communiceren razendsnel op deze manier. 

En ja hoor: Sterre gaf aan dat de eerste letter een ‘L’ was. Maar… de tweede bleek een ‘a’. De derde was ook een ‘a’, daarna een ‘t’ en toen een ‘spatie’. Verbaasd liet ik haar verder spellen. Haar grootste wens bleek deze keer: ‘Laat opblijven’. Ik barstte in lachen uit. “Nou, dát kunnen we regelen!” beloofde ik Sterre. Sinds die keer mag ze op zaterdagen een halfuur later naar bed.