Goed

Goed

Soms valt bij het begin van een leven, de dood al meteen met de deur in huis.
Acht jaar geleden las mijn lieve toenmalige collega Renée van de redactie van Girlz! mijn boek Gefeliciteerd, het is een… gehandicapt kindje. Intens leefde ze mee met de traumatische geboorte van Sterre.
Vorige week las ik Renées onlangs uitgebrachte boek Alles komt goed, over haar tweelingdochters die onverwacht op een traumatische wijze stil werden geboren tijdens een vakantie in Spanje. Wat raakte haar boek mij en wat ben ik trots op Renée, die ook nog een prachtige webshop is gestart voor ouders van sterrenkinderen…
Alles komt goed. Maar goed is soms een relatief begrip.
Soms overkomt de liefsten het allerergste.

Prepuber

Prepuber

Een halfjaar geleden begon het. Sterre typte: Jullie mogen niet meer in mijn kamer komen als ik er niet ben. “Eh… oké”, antwoordde ik, nog een beetje verbaasd. “Dan is het maar goed dat ik net de deuren in je kamer heb geschilderd, want nu hoeft dat over tien jaar pas weer”, zei Mark.
Dan woon ik hier al niet meer
, typte Sterre. Ik ga later in Amsterdam wonen. “Eh… oké, was deze keer het enige dat Mark én ik uitbrachten. Ons knuffelmeisje nam ineens wel heel veel afstand…

Sindsdien is het hek van de dam. Uit de spraakcomputer volgden zinnen als: Oma hoeft niet meer aan jou te vertellen wat ik heb gegeten als ik bij haar ben geweest, mama en Als ik uit school kom, stofzuigen we samen wel mijn kamer. Het eerste bleek bij navraag kinderachtig te zijn en het tweede was om te voorkomen dat ik in mijn eentje – helemaal zelf haar kamer stofzuigen, wil Sterre het liefst maar lukt nog niet vanwege haar lichamelijke beperkingen – in haar kamer zou zijn.

Over de schone, opgevouwen was die ik wekelijks in Sterres kledingkast leg, hield ik de afgelopen maanden wijselijk mijn mond. Dat kon ik vast nog even stiekem blijven doen, hoopte ik. ‘Even’ bleek inderdaad het juiste woord. Vanochtend typte Sterre de zin op de bovenstaande foto. En daarna: Ik ben ook al tien dan hoef je niet de baas over mijn kledingkast te zijn mama. Ook aan papa vertellen mama. Eh… oké…
Er is geen ontsnappen meer aan: wij hebben een prepuber in huis.

Lopen?

Lopen?

Vorig jaar, toen Sterre in groep 5 zat, waren Vriendenboekjes een rage. Sterre had er al zo vaak een meegekregen van een klasgenoot, dat ik haar antwoorden op vragen als ‘Wat is jouw lievelingseten, -film en -boek?’ bijna blind kon invullen.
Eén vraag, meestal de laatste, was minder gemakkelijk. ‘Wat is jouw grootste wens?’, zo luidde deze. Andere kinderen gaven materiële antwoorden, zoals ‘Alles van Lego Star Wars krijgen’. Of ik las lieve wensen zoals ‘Dat jij altijd mijn vriendin blijft.’ Sterre typte keer op keer: ‘Lopen’. 

Toen die laatste vraag opnieuw voorbij kwam, hield ik dan ook even mijn adem in. De ‘loopwens’ is altijd weer confronterend. Toevallig waren we buiten, dus Sterre zat niet achter haar spraakcomputer. Wij communiceren dan met een letterkaart: ik heb het alfabet in 5 rijen verdeeld en vraag Sterre of de eerste letter van het woord dat ze wil zeggen in rij 1, 2, 3, 4 of 5 staat. Sterre knikt ‘ja’ bij de juiste rij, ik noem de letters uit die rij op en Sterre knikt weer ‘ja’ bij de juiste letter, waarna we verdergaan met de volgende letter. De fysieke letterkaart hebben we allang niet meer nodig, die zit in onze hoofden; wij communiceren razendsnel op deze manier. 

En ja hoor: Sterre gaf aan dat de eerste letter een ‘L’ was. Maar… de tweede bleek een ‘a’. De derde was ook een ‘a’, daarna een ‘t’ en toen een ‘spatie’. Verbaasd liet ik haar verder spellen. Haar grootste wens bleek deze keer: ‘Laat opblijven’. Ik barstte in lachen uit. “Nou, dát kunnen we regelen!” beloofde ik Sterre. Sinds die keer mag ze op zaterdagen een halfuur later naar bed.