Wat een fijn gesprek was dit. Ik druk onze telefoon uit en tril er nog van na. Kippenvel all over the place…
Al minstens twee, drie jaar (ik ben de tel een beetje kwijtgeraakt) doe ik research naar een veelbelovende nieuwe therapie voor Sterre. Ik heb erover gelezen: van de lastigst te begrijpen (uiteraard Engelstalige) wetenschappelijke publicaties tot een aantal schaarse, emotionele ervaringsverhalen van patiënten of hun ouders. Ik heb erover gemaild: met gerenommeerde (buitenlandse) artsen tot schimmige, wellicht niet al te betrouwbare privéklinieken. Ik heb er ook eerder over gebeld: met deskundigen en ook eens ‘s avonds laat met een Amerikaanse moeder aan de andere kant van de oceaan, voor wie het vroeg in de ochtend was, en wier dochter baat had bij deze behandeling. En ik heb er filmpjes over gekeken.
Wijzer werd ik zeker, maar tot een concrete behandelmogelijkheid voor Sterre kwam het nog niet. Tot gisteren. Ik wijdde weer een aantal uur aan mijn zoektocht en belde met een arts, die me vertelde over een nieuwe fase van een wetenschappelijk onderzoek, waar kinderen zoals Sterre aan mee mogen doen. Kort gezegd: gister kwam ik een stap dichter bij daadwerkelijke behandeling voor Sterre.Ik wist dat deze dag zou komen. Net zoals de dag dat Sterre hier motorisch door vooruit zal gaan, waardoor de kloof tussen haar lichaam en geest opnieuw minder groot wordt. We zijn nu weer wat verder. Een glimlach en het kippenvel staan nog steeds op mijn gezicht en lijf.
Zeven jaar geleden maakte Sterre voor het eerst kennis met een elro: vaktaal voor een elektrische rolstoel. Binnen Heliomare, waar ze toen op de peutergroep zat, mocht ze ermee oefenen. Sterre had snel door hoe het apparaat werkte: gas geven kon met haar rechtervoet en ze stuurde door haar hoofd naar links en rechts te bewegen en zo de hoofdsteun ‘aan te klikken’.Als driejarige reed Sterre een aantal keer door de gangen van Heliomare, racete eens expres tegen een prullenbak aan (lachen, gieren, brullen vond ze dat), maar daarna had ze geen interesse meer. Ze wilde andere dingen spelen.
Mijn vriendin. Mijn schoonzus. Een vrouw uit het dorp.Alledrie droomden ze over Sterre. Mijn vriendin laatst – naar eigen zeggen – een nacht lang, en dat was al de zoveelste keer. In haar droom luisterden wij samen hoe Sterre meerdere woorden achter elkaar uitsprak, heel helder, met een prachtige stem. Mijn vriendin kon het moeilijk verder uitleggen, maar de droom gaf haar een heel goed gevoel.Mijn schoonzus vertelde over een droom waarop Sterre op de jaarlijkse dorpsmarkt stond. Stónd, inderdaad. “Sterre had besloten dat ze wilde staan en dus dééd ze dat”, aldus schoonzus.
De vrouw uit het dorp, dat is er niet zomaar een. Het is een bijzondere, sensitieve dame, zo iemand die méér voelt dan menigeen. “Al sinds haar geboorte droom ik regelmatig over Sterre”, zei zij een keer op straat tegen mij. “Telkens als het weer zover is, weet ik dat Sterre een nieuwe sprong heeft gemaakt.”
Ik kan er weinig aan toevoegen. Behalve: dromen zijn vast geen bedrog.